Les publications

111 Niels MATHEVE, Tentakels van de macht. Elite en elitenetwerken in en rond de Belgische tussenoorlogse regeringen 1918-1940, 2017.

k1012_tentakels_van_de_macht_2

In dit boek onderzoekt Niels Matheve of, en op welke manier de hervormingen van na de Eerste Wereldoorlog een effect hadden op de sociale samenstelling van het belangrijkste politieke machtscentrum in België: de regering. Hij botst daarbij op verrassend stabiele elitenetwerken; old boys-netwerken die vaak teruggaan tot het einde van de negentiende eeuw maar die door de oorlog een cruciale nieuwe dynamiek krijgen. Het zijn immers de leidende figuren uit het bezette België (’14-’18) die er ondanks alle daaropvolgende schandalen, politieke crises en publieke opstanden in zullen slagen om het politieke spel ook de volgende twee decennia te domineren.

110 Frederik VERLEDEN, De vertegenwoordigers van de Natie in partijdienst. De verhouding tussen de Belgische politieke partijen en hun parlementsleden (1918-1970), 2015

Boek cover

Er is in onze democratie een duidelijke spanning tussen de strak georganiseerde politieke partijen en de theoretische vrijheid van de volksvertegenwoordigers, die geacht worden de gehele natie te vertegenwoordigen. Deze geschiedenis van de particratie reconstrueert de verhoudingen tussen de Belgische politieke partijen en hun gekozenen vanaf de Eerste Wereldoorlog tot de eerste staatshervorming (1970).

De belangrijke beslissingen [worden] niet meer door de Kamer genomen zoals vroeger”, stelde toenmalig Kamervoorzitter Achille Van Acker reeds in 1972 bitter vast. Sindsdien is de typering van de Belgische politieke besluitvorming als een particratie gemeengoed geworden. De cruciale beslissingen worden door, en aan de top van, politieke partijen genomen, niet door Kamer of Senaat als zodanig.

Parlementsleden en zelfs ministers zijn de uitvoerders van wat de partij(voorzitter) heeft beslist en in het parlement wordt steevast volgens de partijlijn gestemd. De analyse van en de kritieken op de particratie zijn ondertussen genoegzaam bekend, maar wat met de genese van de Belgische particratie? Vreemd genoeg is die geschiedenis tot dusver een grotendeels blinde vlek gebleven, hoewel inzicht in de ontstaansgeschiedenis van de particratie mee de verklaring en de appreciatie ervan zal kleuren.

Dit boek vertrekt van de inherente spanning tussen de hedendaagse strak georganiseerde politieke partijen enerzijds en anderzijds de theoretische vrijheid van de volksvertegenwoordigers, die krachtens de Grondwet geacht worden bovenal de gehele natie te vertegenwoordigen. Dit grondwettelijk principe is sinds 1831 onveranderd gebleven, hoewel de partijen in de twintigste eeuw een steeds grotere rol zijn gaan opeisen in de (kies)wetgeving en in de werking van de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Deze geschiedenis van de particratie reconstrueert de verhoudingen tussen de Belgische politieke partijen en hun gekozenen vanaf de Eerste Wereldoorlog, het echte einde van de 19de eeuw die tevens de “gouden eeuw van het parlement” wordt genoemd, tot de eerste staatshervorming (1970), tijdstip waarop de Belgische nationale partijen taalkundig uiteenvallen.

109 Carole PAYEN, Aux confins du Hainaut, de la Flandre et du Brabant : le bailliage d’Enghien dans la tourmente iconoclaste, 1566-1576 : étude de la répression des troubles religieux à la lumière des archives du Conseil des troubles et des Comptes de confiscation, 2013

PayenEn août 1566, alors que la révolte contre les placards religieux et la politique de Philippe II ne cesse de gagner du terrain aux Pays-Bas, survient « la furie iconoclaste ». Dans plusieurs villes des Pays-Bas, des foules descendent dans les rues afin de piller et détruire les lieux de culte catholique. Enghien est l’une des seules villes du Hainaut belge à avoir été frappée par ces destructions. Malgré la disparition d’une bonne partie des archives de cette province, des sources judiciaires et comptables laissent entrevoir les faits de ces destructions et la mise en place d’un système de répression. Le Conseil de Hainaut mena une action précoce afin de punir les coupables. Après sa mise en place, le Conseil des Troubles, ce tribunal d’exception dirigé par le duc d’Albe, prit également part à la répression en terre enghiennoise. Sur un bailliage comptant 3000 familles, plus d’une centaine de personnes fut inquiétée par la répression. Une trentaine fut mise à mort tandis que plusieurs dizaines, condamnées à l’exil ou en fuite, se réfugièrent, parfois par familles entières, dans des pays voisins plus accueillants envers les Réformés. Les biens de tous les condamnés furent confisqués et gérés, pour le plus grand profit du roi, par une administration particulière. Tandis que certains fugitifs s’installèrent définitivement dans leur pays d’adoption, d’autres profitèrent de la politique de pardon général menée par Philippe II dans les années 1570 pour rentrer au pays et récupérer leurs biens confisqués. En 1576 fut signé la Pacification de Gand, premier signe d’apaisement après dix années de conflits. Cet ouvrage tend à présenter le déroulement des évènements et les différents rouages d’une politique de répression menée dans l’urgence, mais également à dresser le portrait et les différentes trajectoires suivies par les protagonistes en terre d’Enghien. Il aborde sous un jour nouveau cette période marquée par l’action du « Conseil de sang » et le rôle particulier joué dans ce contexte par le Conseil de Hainaut.

108 Frederik DHONDT, Op zoek naar glorie in Vlaanderen. De zonne koning en de spaanse sucessie (1707-1708), 2011

Frederik

Lodewijk XIV (1638-1715) is in de collectieve verbeelding het prototype van de absolute Ancien Régime vorst. Zijn dagen bestonden uit belastingen heffen en intimideren om zonder ophouden binnen te vallen bij de buren, en tussendoor te pronken in weelde en ijdelheid op een van zijn vele kastelen. Dit boek toont dat de geschiedenis veel genuanceerder is. Lodewijk was koning tussen en niet boven andere vorsten. Hij regeerde achter de schrijftafel en niet op het slagveld. Lodewijk had nagenoeg nooit absolute macht. Desondanks slaagde hij wel waar zijn voorgangers faalden. Bij zijn dood was Frankrijk beter dan ooit beschermd tegen aanvallen uit het Noorden en regeerde zijn kleinzoon in Madrid. Twee cruciale jaren uit Lodewijks laatste grote oorlog tonen deze logica op alle schaakborden tegelijk. Archiefmateriaal, mémoires, afbeeldingen en een ongemeen rijke historiografie brengen kleur, reliëf en nuance, om uiteindelijk de karikatuur te begraven. In Vaubans loopgraven van Kust-Vlaanderen, op de chaotische hellingen rond Oudenaarde, in winterse Haagse achterkamertjes en in de wandelgangen van Versailles, Marly of Fontainebleau draaide eenzelfde raderwerk, dat zijn tegenstanders Lodewijk enkel konden benijden. Dit werk werd bekroond met de Scriptieprijs 2008 van de Belgisch-Nederlandse Werkgroep « de Achttiende Eeuw » en de André Schaepdrijverprijs 2008 voor beste masterproef geschiedenis aan de Ugent.

107 Marie VAN EECKENRODE, Les Etats de Hainaut sous le règne de Philippe le Bon (1427-1467), 2011

MarieAvec l’incendie des Archives de l’Etat à Mons en 1940, des pans entiers de l’histoire du Hainaut disparaissent; parmi les fonds détruits celui, magnifique, des archives des Etats du comté. Que peut-on aujourd’hui savoir de cette institution représentative encore jamais étudiée pour elle-même? Cette étude tentera de montrer ce que sont les Etats de Hainaut sous le règne du duc de Bourgogne Philippe le Bon (1427-1467). Comment fonctionne l’assemblée? Quel est son mode de convocation? Quand, où et pourquoi les Etats se réunissent-ils? Quels rapports les gouvernés – membres du clergé, de la noblesse ou de ce qu’on appellera le tiers état – entretiennent-ils avec leurs gouvernants et l’administration ducale? Il sera ensuite plus spécifiquement question de la composition de l’assemblée. Les Etats de Hainaut, s’ils s’insèrent bien dans le panorama des assemblées d’états de l’époque, se distinguent toutefois par une composition plus diversifiée et plus contrastée. Qui est convoqué aux Etats? Combien de fois? Selon quels critères et pour y jouer quel rôle? Les comptes du grand bailliage de Hainaut, ainsi que les archives du magistrat de la ville de Mons, laissent entrevoir une institution déjà bien établie, capable d’imposer sa volonté et qui prend peu à peu sa place au sein d’un espace bourguignon en pleine construction.

106 Klaas VAN GELDER, Tussen veel vuren. Het soeverein-baljuwschap van Vlaanderen in de Vroegmoderne Tijd (1500-1733), 2007

Klaas

Het soeverein-baljuwschap van Vlaanderen in de Vroegmoderne Tijd vormt een weinig bestudeerde instelling. Met dit boek brengt de auteur daar verandering in en beschrijft hij de evolutie van dat rechtersambt tussen 1500 en 1733. Tijdens de Middeleeuwen was de soeverein-baljuw van Vlaanderen een machtige pion in het centralisatieproces van de Vlaamse graven. De instelling van het ambt in 1372 had als doel de handhaving van de openbare orde en het tegenwerken van machtige, particularistische steden zoals Gent, Brugge en Ieper. De soeverein-baljuws oefenden het vorstelijk genaderecht uit en berechtten vrijwel ongecontroleerd rondzwervende delinquenten. Nauwgezet onderzoek toont aan dat de soeverein-baljuws geleidelijk terrein moesten prijsgeven. Zij verloren het genaderecht en mochten geen composities meer afsluiten. Andere instellingen werden toonaangevend in het Vlaamse centralisatieproces en in toenemende mate tekenden arrestanten beroep aan tegen hun vonnissen. Uiteindelijk moesten de soeverein-baljuws zich wegens financiële redenen in de 17e eeuw hoofdzakelijk toeleggen op verjaarde delicten van gedomicilieerde personen. Hierbij stootten ze echter onvermijdelijk vele lokale en regionale schepenbanken voor het hoofd. Het gevolg was een stortvloed van bevoegdheidsconflicten en processen die het soeverein-baljuwschap financieel wurgden. Bovendien namen andere instellingen die bevoegdheden over, waardoor het ambt eind 17e eeuw ook zijn nut verloor. Dat proces van institutionele concurrentie en geleidelijk verval loopt als een rode draad door het boek. Op gedetailleerde wijze bespreekt de auteur hoe het ambt, opgericht met een duidelijk doel voor het staatsvormings- en centralisatieproces in Vlaanderen, enkele eeuwen later door diezelfde staatsvorming ingehaald wordt en als overgangsinstelling verdwijnt. Op die manier werpt hij nieuw licht op de institutionele dynamiek van het graafschap Vlaanderen in de Vroegmoderne Tijd.

105 Jelle HAEMERS, De genste opstand, 1449-1453. De strijd tussen rivaliserende netwerken om het stedelijke kapitaal, 2004

Jelle

Op 23 juli 1453 versloeg hertog Filips de Goede het Gentse leger op het slagveld bij Gavere. Na een jarenlange militaire en politieke strijd had de Bourgondische vorst het opstandige bolwerk uit de Nederlanden dan toch klein gekregen. Zeven jaar eerder had een briljante coalitie van machtshongerige Gentenaars zich verenigd voor een machtsgreep. De hertog en zijn invloedrijk netwerk verzetten zich heftig en probeerden de particularistische coalitie uit de stad te verjagen. Gedreven door de revolutionaire traditie die de Vlamingen eigen was, hunkerden de Gentenaars naar een nieuwe Jacob van Artevelde die de hertog mores zou leren. Ze bezetten de stad, verdreven de vertrouwelingen van Filips de Goede en bonden de militaire strijd met de hertog aan. Het resultaat was een ware oorlog die tot ver buiten de Nederlanden van nabij werd gevolgd. Uiteindelijk besliste wapengekletter over deze episode van het waanzinnige ‘Herfsttij der Middeleeuwen’. In de eerste integrale studie van de Gentse opstand (1449-1453) zoekt Jelle Haemers naar de mens achter de Gentse opstandeling. Wie kwam in opstand, hoe verwierven de rebellen de macht in de stad en waarom? De auteur onderzoekt deze cruciale periode voor de geschiedenis van de Bourgondische Nederlanden aan de hand van nieuw bronnenmateriaal. Daarbij speurt hij expliciet en voor het eerst naar stedelijke netwerken en legt hij onthullende conflicten tussen de opstandelingen bloot. De Gentse opstand bleek immers niet alleen een fatale botsing tussen krachtige stedelingen en een centrale overheid, maar werd ook een felle strijd tussen stedelijke netwerken om het geld en de macht in de stad. De besluiten die de auteur eraan verbindt, zouden de historische benadering van middeleeuwse opstanden wel eens definitief kunnen veranderen. « De Gentse opstand (1449-1453) » werd in 2003 bekroond met de provinciale prijs voor geschiedenis van de provincie Oost-Vlaanderen én met de prijs van het geschiedeniscomité van de Dexiabank (Nederlandstalige rol).

104 Marie-Sylvie DUPONT-BOUCHAT & Xavier ROUSSEAUX (éd.), Crimes, pouvoirs et sociétés (1400-1800). Anciens Pays-Bas et principauté de Liège, 2004

XavierOp een ogenblik dat de polemieken rond onveiligheid en geweld overal in Europa hoog oplaaien, kan dit boek over criminaliteit en justitie onder het Ancien Régime een aantal sleutels aanreiken om te begrijpen hoe het beeld van « misdaad » en « misdadiger » gevormd wordt, doorheen de mediatisatie van justitie. De auteurs van deze uitgave stellen voor het eerst een overzicht samen van de manier waarop de overheden in het Ancien Régime de onzekerheid en het geweld poogden te bestrijden, waarbij ze de ene keer strenge straffen uitspraken en de andere keer gratie verleenden. Om tot dit overzicht te komen, werkten de auteurs over een lange tijdspanne – van het einde van de Middeleeuwen tot het einde van de XVIIIe eeuw -, gebruik makend van de archieven van drie soorten instellingen: het lokale gerecht van kleine Waalse steden – Ath, Dinant en Nijvel -, het hoger gerecht van de Provincieraad van Namen, en ten slotte het kerkelijk gerecht van de « Officialité de Liège ».

103 Piet LENDERS, Overheid en geneeskunde in de Habsburgse Nederlanden en het prinsbisdom Luik, 2001

LendersDe volksgezondheid en de beoefening van de geneeskunde zijn altijd het voorwerp geweest van overheidszorg. Aanvankelijk was er in de grote steden een ‘collegium medicum’ met artsen, chirurgijns en apothekers die moesten adviseren en helpen. De artsen waren universitair gediplomeerden, de chirurgijns en apothekers daarentegen ambachtslieden. Zij kregen slechts een beperkte opleiding. In de 18e eeuw veranderde dat. Vanuit de steden en vooral vanuit de Brusselse regering groeide het interventionisme in de zorgverstrekking. Ook de openbare hygiëne kreeg meer aandacht. Kandidaat-chirurgijns trokken naar het buitenland om daar een ernstige opleiding te volgen. De medische faculteit van de Leuvense universiteit wilde graag dergelijke studies voor chirurgie en farmacie organiseren. In tegenstelling tot de theologische en juridische faculteiten was zij immers niet zo behoudsgezind. De regering vreesde evenwel conflicten met de stadsmagistraten en vebood dat. In die tijd stonden de stadsmagistraten immers in voor de controle van de opleiding via de corporaties van barbiers en merceniers. Jozef II wilde wel een universitaire opleiding opleggen, maar toen was hij al persona non grata.

102 Sébastien DUBOIS, Les bornes immuables de l’État. La rationalisation du tracé des frontières au siècle des lumières (France, Pays-Bas autrichiens et principauté de Liège), 1999

         Sébastien

Série spéciale – Bijzondere reeks 3 Jean HOUSSIAU, Les secrétaires du Conseil privé sous Charles Quint et Philippe II (c. 1531-c.1567), 1998

101 Jan DUMOLYN, De Brugse opstand van 1436-1438, 1997

Jan

100 Georges MARCOURS, Ne crimina impunita maneant. De achttiende-eeuwse Frans-Zuidnederlandse uitleveringspraktijk, 1996

Marcours

99 Marie-Sylvie DUPONT-BOUCHAT, Fabienne ALEXANDRE & Véronique STRIMELLE, Crimes, pouvoirs et sociétés (1400-1800). Anciens Pays-Bas et principauté de Liège, 1996.

Série spéciale – Bijzondere reeks 2 Herman COPPENS & Karin VAN HONACKER, Symposium sur les institutions du gouvernement central des Pays-Bas habsbourgeois. Bruxelles, 3 décembre 1994. Dix contributions sur l’État, le gouvernement et les fonctionnaires, du XVIe siècle au XVIIe siècle, 1995

98 Karin VAN HONACKER, Lokaal verzet en oproer in de 17de en 18de eeuw. Collectieve acties tegen het centraal gezag in Brussel, Antwerpen en Leuven, 1994

97 Randall LESAFFER, Defensor pacis hispanicae. De kardinaal-infant : de zuidellijke Nederlanden en de europese politiek van Spanje. Van Nordlingen tot Breda (1634-1637), 1994

96 Piet LENDERS (ed.), Het politiek personeel tijdens de overgang van het Ancien Régime naar het nieuwe regiem in België (1780-1830). Colloquim van zaterdag 14 december 1991 te Brussel, 1993

95 Christian DE BORCHGRAVE, Diplomaten en diplomatie onder hertog Jan zonder vrees. Impact op de vlaamse politieke situatie, 1992

94 Anne VANDENBULCKE, Le pouvoir et l’argent sous l’Ancien régime. La vénalité des offices dans les conseils collatéraux des Pays-bas espagnols : seconde moitié du XVIIe siècle, 1992

93 Piet LENDERS (ed.), Het einde van het ancien regime in Belgie. Colloquium van zaterdag 3 december 1988 te Brussel / La fin de l’ancien régime en Belgique : colloque du samedi 3 décembre 1988, 1991

92 Piet LENDERS, Gent, een stad tussen traditie en verlichting, 1750-1787. Een institutionele benadering, 1990

91 Édouard M. KAYSER, Gouvernants et gouvernés face aux épidémies dans le Luxembourg au 18e siècle, 1990

90 Marc HAEGEMAN, De anglofilie in het graafschap vlaanderen tussen 1379 en 1435. Politieke en economische aspecten, 1988

89 Gustaaf JANSSENS (ed.), Brabant in het Verweer. Loyale oppositie tegen Spanje’s bewind in de Nederlanden van Alva tot Farnese, 1567-1578, 1989

88 Guido VAN DIEVOET, Patrice de Neny (1716-1784) et le gouvernement des Pays-Bas autrichiens / Patrice de Neny (1716-1784) en de regering der Oostenrijkse Nederlanden, 1987

87 Guido MARNEF, Het calvinistisch bewind te Mechelen, 1580-1585, 1987

86 Marie-Sylvie DUPONT-BOUCHAT (éd.), La sorcellerie dans les Pays-bas sous l’ancien régime : aspects juridiques, institutionnels et sociaux. Colloque « Anciens pays et assemblées d’états » 18 décembre 1982 / De hekserij in de Nederlanden onder het ancien regime : juridische, institutionele en sociale aspecten. Colloquium « Standen en Landen » 18 december 1982, 1987

85 Philippe BOUCHAT, Le tribunal des XXII au XVIIIe siècle, 1986

84 Adrienne STENGERS-LIMET, Une fiscalité particulière dans les anciens Pays-Bas. Les terres franches, 1985

83 Dom Arnoldus SMITS (OSB), 1830. Scheuring in de Nederlanden. Deel I & II, 1983

82 Harry VAN VELTHOVEN, De Vlaamse kwestie 1830-1914. Macht en onmacht van de Vlaamsgezindheden, 1982

81 Nicole HAESENNE-PEREMANS, Les pauvres et le pouvoir. Assistance et répression au pays de Liège, 1685-1830, 1983

80 Wim BLOCKMANS (ed.), Le privilège général et les privilèges régionaux de Marie de Bourgogne pour les Pays-Bas 1477. Het Algemene en de gewestelijke privilegien van Maria van Bourgondie voor de Nederlanden, 1985

79 Pierre COCKSHAW, Le personnel de la chancellerie de Bourgogne-Flandre sous les ducs de Bourgogne de la Maison de Valois, 1982

78 Marc BOONE, Machteld DUMON & Birgit REUSENS, Immobiliënmarkt, fiscaliteit en sociale ongelijkheid te Gent, 1981

77 Eliane VAN IMPE, Marie-Christine van Oostenrijk. Gouvernante-generaal van de Zuidelijke Nederlanden 1781-1789 ; 1790-1792, 1979

76 Alain DOUXCHAMPS, La verrerie Zoude et les cristalleries namuroises, 1753-1879. Contribution à l’étude de la croissance économique de la Belgique aux XVIIIe et XIXe siècles, 1979

75 Lode WILS (OLV), Kopstukken van de Vlaamse beweging. Jan van Rijswijck, Adolf Pauwels, Louis Franck : biografische studies, 1978